Onze lease-auto is binnen. We verwachtten een gezellig Renault Kangoo bestelwagentje met een mopsneusje, simpelweg omdat we dachten die besteld te hebben. Maar nu blijken we de bezitter van een heuse Kangoo Family Grande. Een auto met Hummerachtige proporties, zowel qua hoogte als lengte. Inparkeren in hartje Amsterdam is een ware uitdaging, laat staan bochten draaien in een parkeergarage. Want een four wheel drive is de Family Grande dan helaas weer niet. Wel een diesel, wat nog extra bijdraagt aan het busgevoel. We moesten in het begin steeds even slikken zodra we ‘m in het vizier kregen, maar aan de andere kant is het heel praktisch. We zouden alsnog een family kunnen maken: een stuk of 5 koters passen er makkelijk in. Leuker lijkt ´t me om de konijnen achterin los te laten, compleet met konijnenheuvel. Ons leven is in ieder geval ingrijpend veranderd. We zijn nu elk weekend als een soort Maxima en WA door alle provinciën aan het toeren. Even iets ophalen in Drenthe, dan fietsschoenen kopen in Zwolle, vervolgens wandelen op de Hoge Veluwe, waarna we een vorkje prikken in Putten. Ook Europa komt in beeld: even wat kaarsjes halen op de kerstmarkt in Keulen en Oostenrijkse sportkleding passen bij een dealer in België. We raken zo langzamerhand tamelijk uitgeput (en blut). Maar vooralsnog genieten we als bezetenen.

Veel mensen vinden het maar schokkend dat wij opeens een auto hebben. “Dat past toch helemaal niet bij jullie! En het is ook wel een beetje overdreven, vinden jullie niet?” Dit zijn wel de mensen die vervolgens zelf in hun veertiende auto stappen om bij de Albert Heijn om de hoek een theezakje te kopen. Ik snap het ergens wel: wij hebben ons aangepast en zijn niet meer lekker ´anders´.

Dat gevoel van ‘anders’ had mijn moeder ook toen ik haar eindelijk durfde te vertellen dat ik een vriendin had. Ze zag de boodschap niet aankomen en omdat ik dat al vermoedde, had ik nachten wakker gelegen. Ondanks mogelijke indicaties dat mijn focus enigszins anders georiënteerd was dan seksegenoten:

  • ik voetbalde al op de lagere school altijd met de jongens mee
  • ik wilde boswachter worden en hield van schieten
  • ik zat nooit ‘lady like’, ook niet als ik een rok aan moest
  • ik weigerde met poppen te spelen, tenzij het gespierde Big Jims waren
  • ik toonde geen enkele interesse dan wel talent voor ´er leuk uitzien´ in de damesbladen-zin-van-het-woord
  • ik was tot ik het huis verliet op mijn 17e nog nooit met een vriendje thuisgekomen of iets wat daar met enige hoop voor door kon gaan.

Nu heb ik het haar na mijn mededeling ook niet makkelijk gemaakt met alle vreemde vogels die ik vervolgens meetroonde naar het ouderlijk nest. De een was nog gekker dan de ander. De laatste twee vriendinnen vielen wel in de smaak bij moeders. Ze begonnen voor haar ook steeds meer te passen in de categorie ‘leuke en herkenbare meiden’. Soort zoekt nu eenmaal soort. Zo gedurfd anders ben ik dus eigenlijk helemaal niet.