“Maar ze zijn niet allemaal specifiek lesbisch!”, riep een professionele lezeres, ook van de potteuze kunne, enigszins verontwaardigd toen ze een paar van mijn verhaaltjes gelezen had. Dat klopt. Lesbo’s zijn namelijk net gewone mensen, die zomaar dingen meemaken die niet direct met hun geaardheid te maken hebben. Ik vrees dat dit ook nu weer het geval is. Ik denk namelijk dat ik in een midlifecrisis zit. Nu heb ik tijdens mijn opvoeding helaas niet een lijstje criteria meegekregen om dit te kunnen checken. Je hoort altijd wel dat de persoon in kwestie een jonge minnares en/of een cabrio scoort ofzo. Nu heeft mijn vrouw nog het lichaam van een twintigjarige, dus dat eerste schiet voor mij niet echt zo op. Bovendien zou ze er erg boos om worden, wat mijn crisis nog vergroot, vermoed ik. En de cabrio, ach ja. Laat ik volstaan met te zeggen dat we tevreden zijn met het koffiekleurig koekblik waar onze fietsen èn de konijnen compleet met hooiberg in passen. Ik blijf tenslotte een PP (praktische pot).

Ik heb óók niet geleerd hoe lang zo’n crisis door de bank genomen duurt. Maar ondertussen zit ik fysiek en mentaal aardig in de lappenmand en heb ik het gevoel dat ik uit een soort lijfsbehoud echt aan de slag moet. Met mezelf. Ook daar ben ik niet voor opgevoed, maar het lijkt me nuttig nu eindelijk het meditatieboek te lezen dat al drie jaar op mijn nachtkastje ligt. Het was wel handig geweest als ik toen alvast de benodigde kleermakerszit was gaan oefenen. In de knoop ontspannen en verlicht zitten wezen, hou ik nu nog maar 1½ minuut vol.
Mijn crisis begon nogal abrupt. Ik liep tegen een glazen deur. Nota bene op de eerste dag van mijn vakantie op mijn vakantiebestemming (anders had ik wel geweten dat er een glazen deur stond). Vanaf dat moment ging alles langdurig moeilijk doen: hoofd, nek en, helaas voor de buitenwereld, ook mijn humeur. Gelukkig was er een hele batterij aan professionals om mij te bij te staan: huisarts, manueel-therapeut, psycholoog, osteopaat, oogarts, kruidendokter, neuroloog, menopauzeconsulente en orthomoleculair therapeut. Erg educatief allemaal. Vooral de kruidendoktor had effect: van zijn drankjes en poedertjes moest ik de hele dag huilen. Zelfs mijn vrouw schrok ervan.
“Zal ik naar huis komen?”
”Boehoehoe, nee hoor schatje, dat hoeft ècht niet. Het is maar huilen”.
“Nee, ik kom er nu aan!”.
“Nee, blijf maar lekker, het gaat hier echt wel, boehoehoe”.
Om de zoveel tijd bellen ook mijn schoonouders om te checken hoe het gaat. In een bui van eerlijkheid – je weet tenslotte nooit wat er nog gaat komen- zei ik dat ik een midlifecrisis had. Ik verwachtte niet veel van deze biecht, maar mijn schoonvaders antwoord zag ik echt niet aankomen. “Hahaha, lachen joh!” Onbegrijpelijk hoe hij vrijwilliger-van-de-maand is geworden bij Slachtofferhulp. Ook mijn moeder, bij wie ik eerlijk zijn eens uitprobeerde, vond mijn ontboezeming heéél erg grappig. Misschien ook een beetje laat om pas na je 40ste over gevoelens te gaan praten. Of misschien is het voor beiden wel te confronterend dat hun kinderen al in deze fase beland zijn.
Toch maar weer eens naar de huisarts dan. Is het wel normaal dat het allemaal zo lang duurt na die botsing met de deur? Ik kreeg dit keer de piepjonge huisarts in opleiding. Op mijn vraag wat de prognose van mijn hersenschudding was, las hij me de website van thuisarts.nl voor. Het is altijd wat met die huisartsen: de ene keer klagen ze je de oren van het hoofd dat hun patiënten zichzelf deskundig achten door het internet te lezen; het volgende moment gaan ze je datzelfde internet voorkauwen! Maar misschien had ik dan tòch nog wat aan hem, nu ik al aan zijn bureautje zat, en kon hij even een rare moedervlek op mijn slaap checken?
“Ja, hoor mevrouw”. Ah, ik zie het al. Het is een ouderdomswrat. Maar die kunnen geen kwaad hoor!”
Ik vrees dat mijn midlifecrisis nog wel even gaat duren.