Kortgeleden bleef mijn oog hangen op een bijzondere krantenkop. “St. Petersburg verbiedt het propageren van homofilie”. Het feit dat in de 21e eeuw het propageren van liefde verboden is, is inderdaad opzienbarend. Maar in dit geval lag mijn verbazing meer bij het woord ‘homofiel’. Dat hoor je niet meer zo vaak. Bij mij kruipen er meteen allerlei associaties omhoog aan morsige, tengere mannetjes die, achter je rug om met plakkerige vingers van alles en nog wat bepotelen. Aan het woord ‘homofiel’ kleeft ook de schijn van een ziekte, zoiets van: “Kees voelde zich al een tijd niet lekker en nu blijkt ‘ie homofiel”. Aan de andere kant is ‘homofiel’ wel een mooi rijmwoord. En aangezien over niet al te lange tijd Sinterklaas (!) er weer aankomt, is een beetje inspiratie nooit weg. Homofiel, pausmobiel, moederziel, nachtasiel, infantiel gepiel aan een boerenkiel: dat kan toch zomaar tot briljante poëzie leiden… Wat moet je dan met een woord als ‘homoseksueel’? Conceptueel gradueel inwijdingsritueel? Het wordt een beduidend grotere uitdaging om dáár nog iets van te maken. Maar goed, terug naar St. Petersburg. Daar kun je nu een boete tussen de 24 en 72 euro riskeren als je, verdekt opgesteld op een straathoek een jongere toesist: “Psst, kameraadski, homofiel worden? Maar dat is dan nog altijd minder gedoe dan de behandeling die ‘de propagandisten’ van de Gay Pride ten deel valt. Volgens hetzelfde krantenartikel worden die steevast “fysiek bestreden door agressieve ultranationalisten en geagiteerde orthodoxe oma’s.” Als ik dan zou moeten kiezen, dan maar liever de laatsten. Alhoewel: onderschat nooit een geagiteerde oma. Ik heb mijn eigen oma altijd een zeer aimabel en vredelievend mens gevonden, tot ik haar op een kwade dag zéér geagiteerd zag worden. En dan was ze nog niet eens orthodox. Haar uitbarsting heeft een onuitwisbaar diepe indruk op mij gemaakt. Het lijdend voorwerp van haar agitatie, een magnetronmonteur, heeft de confrontatie dan ook niet overleefd. En dit terwijl hij niet eens in levende lijve aanwezig was: mijn oma heeft hem vakkundig door een telefoonlijn in mootjes weten te hakken. Familieleden getuigen bovendien van een voorval waarin ze zo geagiteerd was dat ze een telefoonboek in één ruk doormidden heeft gescheurd. Ik bedoel maar. Laat staan dat je in St. Petersburg door een hele meute boze, post-menstruele grootmoeders gebashed wordt. Overlevingskans nihil. Of slaat het woord homofiel alleen op mannen en laten ze de lesbo’s met rust? Ikzelf associeer ‘homofiel’  nimmer met een vrouw, maar misschien ligt dat voor u persoonlijk heel anders.

Rest nog de vraag of mijn oma geagiteerd raakte van mijn homofilie. Mijn moeder gaf mij destijds het advies om het haar maar niet te vertellen “omdat ze het toch niet zou begrijpen”. Ik was het met haar eens, maar om een heel andere reden. Waarom zou ik mijn familie officieel uit de doeken doen wie ik met mijn plakkerige homofiele vingertjes lekker wil bepotelen? Dacht ’t niet. Dat doet mijn neefje die een vriendinnetje krijgt toch ook niet? “Graag even jullie aandacht allemaal: ik ben heteroseksueel!” Nee hoor, het is gewoon zoals het is en wat je daar mee doet, is vervolgens geheel jouw eigen vreugde. Of agitatie.