Er staat een gigantische spar middenin in ons stadse appartement op 2-hoog. Dat is op zich een hele prestatie als je bedenkt dat vrouwlief en ik die samen op de fiets naar ons hol hebben gesleurd en in betrekkelijke harmonie twee trappen omhoog hebben gesjouwd. Vervolgens is het aan mij om het gevaarte op te tuigen. Nu hou ik nogal van groen en van bomen, dus blijft het ding dit jaar gewoon au naturel. De enige versiering die ik gezelligheidshalve toesta is verlichting. En daar begint de ellende. Weet je wel hoe moeilijk het is om zo’n snoer met led-lampjes een beetje esthetisch verantwoord in die naalden te draperen? Ik ben er dan ook uren mee bezig geweest, totdat ik noodgedwongen besluit dat het allemaal niet zo heel erg belangrijk is. Maar ja, een paar uur later loop je nietsvermoedend weer langs die verdraaide boom en raak je helemaal uit balans door die onevenwichtig verdeelde lichtjes. Wéér trekken en sleuren, maar het snoer is eigenlijk veel te kort en als ik het aan de ene kant een beetje fatsoenlijk weet te schikken, zit het onmiddellijk aan een andere kant wanstaltig. Ik mopper hier regelmatig openlijk over, maar vrouwlief vindt het allemaal wel best en beperkt haar activiteiten tot het aan- en uitdoen van de lampjes. Maar dit verhaal gaat eigenlijk helemaal niet over de kerstboom, maar over de-vermeende-op-handen-zijnde-overgang-en-al-haar-verschrikkelijke-verschijningsvormen. De aanvalletjes komen altijd onverwacht. Aan de vooravond van Kerst wachten we het bezoek af van mijn moeder uit het oosten des lands. Om de een of andere reden ben ik de hele dag opnieuw in de weer met die stomme lichtjes en mijn klaagzangen over mijn mislukte composities kun je nu echt geen mopperen meer noemen. Tijd om af te reageren op vrouwlief, die nog nietsvermoedend braaf de keuken en de woonkamer aan het opruimen is.

“Het lukt niet, wat ik ook probeer!”

“Wat schatje?”

“Hoezo wat?! Waar heb ik het nou de hele tijd over??

“Je moeder? Wat we moeten eten? Waar we naartoe zullen gaan?”

“Jezussss! Jij luistert echt niet naar mij hè? Ik heb het al minstens VIER keer gezegd vandaag en je hebt GEEN IDEE waar dit over gaat! Ik krijg die kut-lampjes niet goed. Dáááár heb ik het over. Doe JIJ dan eens wat! IK MOET OOK ALTIJD ALLES ALLEEN DOEN!!”

“Ooooohhhh, gaat het over die lampjes? Maar schatje, dat is toch helemaal niet belangrijk?”

“NIET BELANGRIJK?! NIET BELANGRIJK?!! JIJ BENT ECHT ONGELOFELIJK!! JIJ NEEMT ME OOK NOOIT SERIEUS!!! ALS WE HET ZO GAAN DOEN, BEKIJK HET DAN MAAR!!”

Nog nooit zag ik zo’n bedremmeld gezicht terwijl ik stampend en met slaande deur de etage verliet. Wat luchtte dat op, zo’n weerwolfmomentje! Op de trap kon ik al gniffelen om deze vertoning en had ik zelfs enige compassie met vrouwlief. Maar ik besloot dat ik haar nog wel even kon laten bungelen en heb mezelf nuttig gemaakt met lampjes ofzo op een andere etage. De kerstboom heeft het in ieder geval allemaal overleefd. Die staat nu te stralen op ons dakterras. Zonder lampjes uiteraard.