Mijn vrouw kan goed breien. Ze heeft de smaak te pakken en is – zomer of winter- aan haar zoveelste wollen jurk bezig. Als ze iets doet, doet ze het ook goed. Ik heb niet alleen een heerlijke wintersjaal in acht kleuren: ook mijn gloednieuwe smartphone heeft een jasje gekregen in de vorm van een slang, inclusief rood tongetje. Diverse vrienden en vriendinnen lopen ook met hippe gadgets rond, zoals een iPadhoes in de kleuren van hun trainingspak of een kleurrijk hengsel om hun zwemtas. Ze kent de meest bizarre steken, omdat ze een bijzonder talent heeft voor uitproberen. Wie nu denkt dat ze een duffe breimuts is: ook al het elektrawerk, kloppen en boren laat ik aan haar over. Vroeger, voor we samenwoonden, deed ik dat allemaal wèl zelf. Ik vond dat ik dat moest kunnen. Op wat kortsluiting en omlaag stortende Tomadorekjes na heeft dit nooit voor serieuze slachtoffers gezorgd. Maar nu doet vrouwlief alles. Zij heeft mij zelfs verboden de elektrische zaag te beroeren, alleen maar omdat ik één keertje het zaagblad in mijn arm heb laten vallen. Maar de zaag stond niet eens aan, dus dat telt niet. Vind ik dan. Van niet zelf klussen word je zo tuttig. Die tuttigheid moet ik actief tegengaan, omdat ik ‘m genetisch in het kwadraat heb meegekregen van mijn vader. Die liet mijn moeder als eerste waterskiën, omdat hij bang was dat zijn edele delen pijnlijk ondergespetterd zouden worden… Nee, dan mijn vrouw, die weet van aanpakken en kan en durft àlles.

Toen ik echter de eerste keer met haar ouders kennis maakte, riepen die, waar zij naast zat: “We zijn blij dat je wat met haar wilt hebben”. Echt, ze verblikten of verbloosden niet die mensen! Alsof ik haar uit de goot had gevist. Gelukkig was ik al aan mijn tweede glas whisky bezig, kennelijk voelde ik reeds nattigheid. Naarmate haar ouders mij in de loop der jaren beter leerden kennen, is hun blijdschap wel getemperd. Ik heb nu eenmaal een schoonzus die vele malen beter het ‘ideale-schoondochterplaatje’ benadert. Mijn populariteitsgrafiek is pas weer omhoog gegaan tijdens ons trouwen. En dat heb ik dan vooral te danken aan mijn vriendinnen die zich verkleed hadden als konijn.

Maar goed, terug naar mijn vrouws talenten. Naast haar brei-obsessie kan ze ook uren lang gebogen zitten over sudoko’s. Ook patience op haar laptop houdt ze gevaarlijk lang vol. Ik word er ongeduldig van. Want hoe multi-getalenteerd ze ook is: één ding kan ze niet. Iets doen en naar mij luisteren tegelijk. Er zit ongeveer 5 minuten vertraging tussen mijn vraag en het moment dat deze bij haar binnenkomt. Vervolgens heeft ze al breiend, sudoko-end of klussend nog 5 minuten nodig om met grote tussenpozen een reactie in elkaar te draaien. Dat zijn van die momenten dat ik vind dat óók zij blij mag zijn dat ik wat met haar wil hebben.