Soms vraag ik mij af of het aan mijn geaardheid ligt. Mijn modegevoel. Of beter gezegd: mijn gebrek daar aan. Nu kleedt mijn vrouw zich zeer elegant en met haar nog enkele andere lesbo’s die ik ken. Dus het moet wel samen kunnen gaan. Af en toe neem ik mij vastberaden voor om er héél hip en toonbaar uit te gaan zien. Dat voornemen duurt meestal tot het al teveel moeite gaat kosten. Zoals de stad in moeten. Of totdat het oncomfortabele schoenen of kleding oplevert. In de stad waag ik me eigenlijk alleen met een duidelijke strategie: ik wil ‘dit’ of ‘dat’ vinden. ‘Dit’ en ‘dat’ gaan dan zeker voor dè hipheidsdoorbraak zorgen! Maar ‘dit’ en ‘dat’ zijn nooit te vinden als je ernaar op zoek bent. Hoe doen die vrouwen dat toch die zomaar een leuk truitje of jurkje uit een rek trekken wat hen dan vervolgens ook nog briljant staat? Want dat is mijn tweede probleem. Mijn moeder verwoordde dit euvel als volgt toen ik nog jong was -en gelukkig niet over een al te kwetsbaar ego beschikte: “Het maakt ook niet uit wat je aantrekt, het ziet eruit alsof je een jutezak aan hebt.” Een beetje gelijk heeft ze wel. Mijn vrouw en ik kijken elkaar af en toe aan en prevelen dan na een kort begrijpend knikje “jutezak”. Vandaag nog zocht ik een recente foto voor een vriendin die ik 20 jaar niet heb gezien. Het kostte me veel moeite om een beetje representatieve opname te vinden.

Ik kreeg ooit eens een leuke ansichtkaart met Barbie erop en de tekst: “Everyday I thank God for my unique ability to accessorize”. Ik denk niet dat de afzender mij daarbij in gedachten had toen ze die kaart stuurde. Al heb ik wel eens een goede accessoire-ingeving gehad -vond ikzelf- door een gehaakte kerstbal van een kerstkaart te slopen en als broche te gebruiken. Dat gaf wel weer een heel andere dimensie aan “unique ablity”. Ik heb mijn halve middelbare school er in ieder geval dagen een lachstuip mee bezorgd.

Van mijn vriendinnen die tevens soortgenoten zijn, zien de meesten er zeer toonbaar uit. Zelfs hier en daar opgesmukt met lippenstift (vast niet op dieren getest!). Van lippenstift heb ik nooit iets begrepen. Du moment dat ik dat opsmeer, komt er van alles in de buurt om het aan af te smeren. Maar ik heb gelukkig tegenwoordig wel een heel hip horlogebandje, zo’n Fossil-ding. Vrij breed, wit leer en met zilveren knopjes langs beide randen. Vooral die knopjes geven de hipheidsdoorslag. Ik moet eerlijk toegeven dat ik ze in het begin monsterlijk vond en ze eraf wilde slopen (lukte niet). Soms is hip zijn dus ook een kwestie van de dingen nemen zoals ze komen. Buiten je gebaande paden gaan. Maar over het algemeen heb ik nu eenmaal een ongeneeslijk functionaliteitsdenken. Kleding moet gewoon lekker zitten en niet te veel tijd kosten. Dit laatste geldt overigens niet voor sportkleding: ik kan uren kwijlen boven sommige catalogi. Dit functionaliteitsdenken levert me vooral binnenshuis nog wel eens een wat slonzige look op. Af en toe heb ik het een beetje te doen met mijn vrouw (we zijn onlangs getrouwd, dus moet ze meer moeite doen om van me af te komen..). Zelf voel ik me er over het algemeen wel prima bij. En dat is dan weer mijn “unique ability” to be happy!