Hoe goed ken jij jezelf? En denk jij daar vaak over na?

Ik kijk niet zo heel veel tv, maar van een paar realityshows word ik erg opgewonden. Mijn favoriet is Expeditie Robinson, waarin deelnemers uitgehongerd worden op een eiland en waar ze zich behalve fysiek ook emotioneel staande moeten  houden tussen concurrenten van wie ze afhankelijk zijn om niet uit het spel geknikkerd te worden. Een garant recept voor conflicten, slijmen, bondgenootschappen en verraad. Ik zal nooit de kandidaat vergeten die over zijn vrouwelijke groepsgenoten zei dat ze “allemaal lui” waren, wat de volgende dag de dames ter ore kwam via de eilandtamtam. Een mooie monoloog van de ter verantwoording geroepen man volgde: [diepe zucht] “Tja, het valt me wel van jullie tegen dat ik hier nog moet gaan uitleggen wat ik eigenlijk met lui bedoel”. Het geloofde na al zijn gedraai inmiddels zelf dat hij een heus compliment aan de dames had uitgedeeld. Psychologen noemen dat zo mooi cognitieve dissonantie: we lossen onaangename spanning tussen ons zelfbeeld (ik ben geen roddelaar) en ons gedrag (ik roddel als de beste!) op door ons gedrag goed te praten. Dat levert heerlijke tv op vind ik. De grootste grap is dat we het in het echie ook aan de lopende band zelf doen. Uit psychologisch onderzoek blijkt echter dat we allemaal denken dat we méér zelfinzicht hebben dan anderen. En dat we andermans beweegredenen beter doorgronden dan anderen ònze beweegredenen. En vooral dat we zèlf niet onderhevig zijn aan de denkfouten die anderen maken. Maar we willen er niet te lang over nadenken, want van gedachten over ons ‘ware ik’ schijnen we nogal ongelukkig te worden. We willen liever snel iets anders doen. Tv kijken bijvoorbeeld. Of ons in een volgende  sociale spagaat wurmen.

Zelf heb ik natuurlijk nergens last van. Wat ik doe is volkomen begrijpelijk, rationeel en verdedigbaar. Zo was ik vroeger altijd tegen het huwelijk. Logisch toch? Dat was iets voor burgerlijke hetero’s die niets beters konden bedenken. Puh, ook al mocht ik niet trouwen, ik wìlde het niet eens! Maar ja, toen mocht het opeens wèl en dan is het toch heel flauw om zo’n opportunity die Nederland als eerste voor elkaar wist te boksen onbenut te laten. En zeg nou zelf, het homo-huwelijk wist dat hele trouwgedoe toch weer een beetje fashionable te maken? Ik kon dus moeilijk achterblijven en géén lesbo-boterbriefje halen.

En neem nou autobezit. Tuurlijk is het bezitten van zo’n benzineslurpende, luchtverpestende moordmachine alleen iets voor milieu-onbewuste aso’s. Kunnen ze met twee krijsende koters achterin op zaterdag voor de wekelijkse boodschappen naar de Jumbo rijden. Alsof de wereld niet naar de klote gaat! Daar doen wij niet aan mee! Toen vrouwlief afdelingshoofd werd en een auto mocht uitzoeken hebben we dan ook dapper de verleiding weerstaan. Maar het kon vast geen kwaad om ons geheel vrijblijvend te oriënteren op een bestelwagen in een elektrische uitvoering, toch? Konden we mooi al die collega’s het goede voorbeeld geven! En, toch wel handig eigenlijk, zo’n busje. Elektrisch heeft maar een actieradius van 140 km zegt u? Da’s wel erg weinig. Nou ja, pakt dan u maar de dieselvariant in!
Wij hebben ècht ons best gedaan, maar ja, het wordt ons gewoonweg niet mogelijk gemaakt om trendsetting te zijn. Zo, en nu ga ik iets anders doen dan over mezelf denken. Tv kijken bijvoorbeeld.