Ik vraag me de laatste tijd regelmatig af of ik van nature zo onhebbelijk ben, of dat mijn buien de overgang aankondigen. De “gênante vertoningen” die ik volgens mijn vrouw steeds vaker ten beste geef, wijt zij gelukkig aan het laatste. Da’s mooi: dan heeft ze in ieder geval nog niet geconcludeerd dat ik eigenlijk niet zo aardig ben. Wat wèl jammer is, is dat ze haar eigen emotionele oprispingen niet als zodanig herkend. Voorlopig ligt het allemaal alleen nog aan mij. Typisch! En dat terwijl ze zo ongeveer vier keer per week haar dekbedje moet verschonen omdat ze ’s nachts haar bed uit drijft. Maar die ontkenningsfase hoort er misschien wel bij. Zelf ben ik er ook nog steeds niet zeker van, want 10 of 20 jaar geleden had ik ook al zo mijn driftbuien. Bij mijn moeder te rade gaan voor een warm, ouderlijk advies kan ik wel vergeten. “De overgang? Ach kind, daar heb ik he-le-maal niets van gemerkt!” en als blijk van meelevendheid richting mijn vermeende klachten: “Je moet het gewoon negeren, dan heb je er ook geen last van!” Ik had het kunnen weten. Menstruatiepijnen waren haar ook al vreemd (“Heb jij daar last van dan???”) en kinderen baren is een peuleschilletje. “Dat gekreun op tv is vréééselijk overdreven, zo gaat het helemaal niet!” Nou kun je me over baren veel wijs maken, maar voor de zekerheid probeer ik het toch maar niet uit. Ik ben namelijk nogal kleinzerig aangelegd. En hypochondrisch. Als ik één keer een pijntje in mijn grote teen voel, denk ik direct op sterven te liggen met meningokokken. Anticiperen is nu eenmaal een van mijn kernkwaliteiten, die oké, soms wat doorslaat in doemdenken. Maar nu kan ik gelukkig bij elk phpd’tje (pijntje-hier-pijntje-daar) het kleine stemmetje in mijn achterhoofd de mond snoeren met steeds dezelfde reden. De overgang. Moeheid, prikkelbaarheid, hijgen op de trap (van het traplopen welteverstaan), vreemde zenuwpijnen en dipjes: àllemaal de overgang. En die kan wel twintig jaar duren heb ik begrepen uit de voorstelling De Hormonologen van Yvonne van den Hurk. Het was een hilarische show over de overgang, waar mijn vrouw en ik bij wijze van research naar toe gingen. Het was inderdaad heel leerzaam en ook daarnaast een hele ervaring. Nog nooit heb ik tussen zoveel menopauzale heterovrouwen van rond de 50 vertoefd. Ik vond het nogal intimiderend. Het begon al in de rij voor de kassa. Daar sprong een hyper-assertieve “nu-is-het-mijn-beurt-in-dit-leven-en-fuck-de-rest” hormoonbom in mijn nek, uit pure nijd dat ik haar zuurstof inpikte. Dit soort fysiek geweld had ik sinds een korte carrière op het voetbalveld niet meer meegemaakt. Slechts een enkele dappere man durfde zich in de meute ongeleide, gelippenstifte projectielen te wagen. Waarschijnlijk een homo. In de voorstelling kwam er vervolgens zoveel, weliswaar humoristisch gebrachte ellende voorbij, dat ik het onbegrijpelijk vind dat mijn SAS-overlevingshandboek er niet een hoofdstuk aan wijdt.

Ik vond op Internet een test voor € 14,95. Na twee keer plassen in een “aparte urine opvangbeker” weet je of je al in het pre-menopauzale drijfzand aan het wegzakken bent. Met -volgens de fabrikant zelf- maar liefst meer dan 99% zekerheid. Het is immers “van het grootste belang om deze periode vroegtijdig vast te stellen” klinkt de promotekst dreigend. Maar wat als de overgang nog niet begonnen blijkt en de gênanste vertoningen dus nog moeten komen?