Ik lees op Internet dat veel lesbo’s en homo’s zich niet prettig voelen op hun werk. Eenderde blijft om problemen te voorkomen zelfs in de kast. Gelukkig heb ik zelf een hele tolerante directrice: ik heb namelijk een eenmanszaak. Bij mijn klanten, moet ik eerlijk bekennen, ben ik niet altijd even dapper. Op directe vragen geef ik een direct antwoord (maar die vragen worden nooit gesteld) en voor de rest laat ik het in het midden. Waar een hetero tijdens een praatje op het secretariaat zou zeggen “Gisteren hebben mijn man en ik gebarbecued”, zeg ik niet “Gisteren hebben mijn vrouw en ik onze konijnen een springtraining gegeven.” Toch vind ik dat wel heel erg flauw van mezelf. Meestal heb ik geen enkele last van zelfcensuur, maar in dit geval weet mijn brein toch in eentiende van een seconde het “wij” om te zetten in “ik”. Gek genoeg zit ik dan weer niet met mijn coming out als konijnenfluisteraar. Verder sta ik vaak voor de klas, weliswaar gevuld met (semi)volwassenen. Ook daar ben ik niet expliciet. Maar de goede observant heeft het snel genoeg door, is mijn eigen inschatting.

Ooit ben ik op een hogeschool juist vanwege mijn geaardheid aangenomen. Ik was in de laatste selectieronde namelijk overgebleven met een heterovrouw die op het punt stond om op huwelijksreis te gaan. Het was vlak voor het tijdperk dat lesbo’s massaal kinderen gingen baren, dus de opleidingsmanager dacht met mij een veilige kinderloze keuze te maken. Dat ik lesbisch was, had hij trouwens niet uit mijn mond vernomen, maar slim afgeleid uit een vraag over vrijwilligerswerk op mijn cv. Toen ik dit hele verhaal achteraf van een collega uit de selectiecommissie hoorde, heb ik de arme man nog jarenlang de stuipen op het lijf gejaagd door hem toe te vertrouwen IVF te overwegen, met een grote kans om met een vijfling een tijdje uit de running te zijn… Het is mijn enige vaste baan geweest, maar ik was wèl uit de kast. Het leverde grappige situaties op en vooral veel verwarring bij mijn collega’s. Eentje kreeg in een volle klas een rood hoofd toen ze zich versprak. Ze wilde zeggen “Mevrouw Blik is erg van de e-mail”. Maar in plaats van e-mail zei ze “female”. Het hield de collega’s kennelijk erg bezig. Die kwaliteitcrisis in het hbo komt voor mij dus niet als verrassing  😉

Mijn vrouw werkt bij een grote, wat traditionele financiële instelling. Zij heeft daar voor veel opschudding gezorgd door een gay-netwerk op te richten. Uit de wisselende reacties merk je dat er nog veel misverstanden onder de tolerante oppervlakte leven. “Moet dat nou allemaal bij elkaar in een clubje?” Om vervolgens naar hun Rotarylunch te rennen (“Moet dat nou al die carrièremannen bij elkaar?”), hun meditatieclubje (“Moet dat nou al die pacifisten bij elkaar?”) of hun kroeg (“Moet dat nou al die vrienden bij elkaar?”). Overigens wil iedereen wèl graag mee op de boot tijdens de canal pride, al moeten ze ter voorbereiding hierop zes avonden lang een suf dansje instuderen.

Op Internet lees ik overigens ook dat wie als lesbo zichzelf is, beter presteert. Wie namelijk altijd op zijn hoede moet zijn, voelt zich minder prettig. Klinkt logisch. Ik zal het van de week eens uitproberen voor de klas: “Gisteren hebben mijn vrouw en ik onze konijnen een springtraining gegeven.” Eens kijken hoe prettig ik me dan voel.